Posts tonen met het label pop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pop. Alle posts tonen

vrijdag 11 februari 2011

Recensie: Chumbawamba - Pictures of Starving Children Sell Records

'I get knocked down, but I get up again.' Mede dankzij een voetbalspelletje liep de halve westerse wereld eind jaren negentig met dat zinnetje in zijn hoofd. Tubthumping van Chumbawamba - u kent het nog wel - was in 1997/98 nogal een hit. Een hit, ja. Op het label EMI zelfs.

Nee, dan zag de wereld er voor Chumbawamba in 1986 toch heel anders uit. Een hit? Gadverdamme, wat een vies woord. De band maakte toen namelijk nogal cynische anarchopunk waarin ze de maatschappij, de muziekwereld en wat dies meer zij zonder enige nuance op de hak namen. Een blik op de tracklist van hun debuutalbum Pictures of Starving Children Sell Records maakt dat al spoedig duidelijk. Daarop staan titels als British Colonialism and the BBC, More Whitewashing en Coca Colanisation. De teksten - of je je er nu in kunt vinden of niet - zijn zonder meer grappig. In How to Get Your Band on Television bijvoorbeeld:

Paul McCarney - Come on Down!
With crocodile tears to irrigate this ground
Make of Ethiopia a fertile paradise
Where everyone sings Beatles songs and buys shares in EMI


Dit ruim acht minuten durende openingsnummer is wat mij betreft meteen het hoogtepunt van de plaat. Na een lang intro (trompetje!) verandert het nummer plots van ritme en mag de zangeres eerst haar gal spuien. Na een korte break gaat het gas erop met een jengelorgeltje en een tot op het bot cynische zanger met een heerlijk vals brits accent. En boos dat-ie is...

Chumbawamba maakt hier geen punkrock zoals in 1977 gewoon was: het is vooral de tegen-attitude van de band die het labeltje punk met zich meebrengt. Muzikaal is het zelfs een behoorlijk gevarieerde plaat. Vaak poppy, met de tempowisselingen en wendingen van een postpunkband en een zangeres die op een of andere manier vaak bijna als een folkdiva. Het laatste nummer Invasion is dan wel weer voor een deel pure punk, maar dan wel met twee minuten pop in het midden.

Het klinkt allemaal vrij onmogelijk te combineren, maar Pictures of Starving Children Sell Records is boven alles gewoon een leuke, coherente plaat. En een stuk interessanter dan die hit uit 1997, wat mij betreft.

woensdag 9 februari 2011

Recensie: Nits - Urk

Al is het pas februari, het koopje van het jaar heb ik vandaag al gedaan. Ik liep vandaag zomaar per ongeluk tegen een 10 cd-box van de Nits aan. Die bevatte zowat alle relevante platen van deze parel uit de Nederlandse popmuziek, zoals Omsk, Adieu Sweet Bahnhof, In the Dutch Mountains, Giant Normal Dwarf. Dat zal een lieve duit gekost hebben, denkt u misschien. Nou, 15 euro maar liefst. Dat zijn weggeefprijzen, dunkt me. Omdat ik me bijna schuldig voel vanwege de lage prijs, eer ik dit trio nog maar even met een (al eerder geschreven) recensie van hun absolute hoogtepunt: de liveplaat Urk.

Je hebt van die bands die even prachtig als onmiskenbaar een eigen eilandje in de pophistorie hebben gecreëerd. De Cocteau Twins, The Waterboys, Low... allemaal muziekgezelschappen die welhaast zo'n eigen, uniek geluid hebben dat ze een eigen genre hebben uitgevonden. We hebben in eigen land ook een groep die in dat rijtje thuishoort. Wie de Nits op deze plaat aan het werk hoort, kan dat alleen maar bevestigen.

Nergens komt de combinatie van klassieke popsongs, rijke arrangementen en artistieke teksten die in Engels geschreven zijn, maar toch enórm Nederlands klinken zo goed uit de verf als op deze live-compilatie. Liveplaten inferieur aan 'echte' albums zegt u? 't Blijft toch een verzamelaar? Niet als je op een plaat zo'n warme en intieme sfeer weet te scheppen als deze nationale helden (want dat zijn 't) hier doen.

Alles aan deze plaat klopt. Urk (kan het Nederlandser?) is namelijk niet zomaar een live-hitoverzicht. Bijna elk nummer heeft een meerwaarde ten opzichte van de albumversie. Daar komt nog eens bij dat Nits (zo heten ze vanaf deze plaat, het lidwoord 'the' is vanaf hier verleden tijd) durven te kiezen voor weinig vanzelfsprekende albumtracks, die desalniettemin geweldig uit de verf komen.

Neem bijvoorbeeld nummers als The Swimmer en Mountain Jan. Prima albumtracks op In the Dutch Mountains, maar, eerlijk is eerlijk, ook niet meer dan dat. De prachtige orchestratie en de speelse variatie in ritme en speeltempo maken het tot twee absolute live-hoogtepunten. Orgeltjes, triangeltjes, intieme momenten, gekte, een verkapte Talking Headsimitatie die toch nog in een Nitsjasje gegoten is (Slip of the Tongue)... het kan niet op.

En ja, ook In the Dutch Mountains staat er op. Prachtige uitvoering. Maar een absoluut hoogtepunt? Welnee. Luister dan eens naar de veel betere live-versie van Adieu Sweet Bahnhof. En vraag je af wat Henk Hofstede nu roept na het tweede couplet. Gewoon 'to be back' of stiekem toch 'doe je mee'. Het zal het eerste wel zijn, vermoedelijk.

Ander hoogtepunt is het ontroerende Home Before Dark, dat de kippenvelmeter elke keer weer flink doet uitslaan bij de uithaal 'better late then never/here come the sunny days'. Ook Shadow of a Doubt is op deze plaat met wat extra getingel nog beter dan het prachtige korte popliedje dat het op het album Omsk al is.

Sowieso valt me op dat de tweede cd me in de loop der tijden nog meer is gaan bevallen dan de eerste. CD1 bevat meer hits, CD2 vergt wat meer luisterbeurten, maar is bezielender, voller van emotie. Maar hoe het ook zij, beide schijfjes mogen in geen enkele Nederlandse platenkast ontbreken, om nog maar eens een vreselijk cliché op te lepelen.

En nu ik dat zo schrijf... ook de Belgen, Britten, Roemenen, Hongaren, Japanners en Argentijnen doen er goed aan hier eens naar te luisteren. Want muziek maken? Dat kunnen er maar weinig beter dan onze eigen Nits! Om hen ben ík nu trots op Nederland. Zou Rita 'm eigen hebben, deze plaat? Vast niet, die goede smaak dicht ik haar niet toe...

Liedje van de dag: Camper Van Beethoven - Where the Hell Is Bill?

Tussen alle serieus bedoelde en met heel veel pijn en hartzeer doorspekte muziek is een vrolijke noot ook wel eens op zijn plaats. Even geen diepere betekenissen, maar gewoon een beetje ongecompliceerde vrolijkheid. Het liedje dat tussen alle ongecompliceerde popliedjes toch nog net iets ongecompliceerder is dan al het andere, is in 1985 gemaakt door Camper Van Beethoven. Leuk bandje is dat trouwens: juist in een tijd dat bijna niemand meer uit de folk en country putte, kwamen zij met een leuk, op de traditionele mexicana/americanaleest geschoeid popplaatje. Het doodsimpele Where the Hell Is Bill? is daarop een zalig hoogtepunt van totale achteloosheid.  Met afstand het gezelligste nummer ooit. Het bestaat uit een melig refreintje met de tekst (u raadt het al) Where, where the hell is Bill?. De coupletten omvatten een opsomming van dingen die Bill mogelijkerwijs aan het doen is. Misschien is hij naar de kapper om een schuine scheiding in zijn haar te laten maken, misschien is hij een Britse vlag aan halen en het is uiteraard ook mogelijk dat hij op zijn skateboard of Vespa-scooter rondrijdt. Je kunt er maar een nummer mee vullen!

woensdag 26 januari 2011

Lijstje: Beste jaren '80-Britpop

Britpop wordt vaak gereduceerd tot de vermeende strijd die Oasis en Blur halverwege de jaren negentig uitvochten. Blur wint dat wat mij betreft met glans, maar dat geheel terzijde. Interessanter is dat er ook in de jaren tachtig al flink wat Britse bandjes aan de weg timmerden met een redelijk vergelijkbaar geluid. En o ja, nog twintig jaar eerder hadden we The Kinks natuurlijk al ;). Overigens is de nummer 1 van dit lijstje alweer bijna geen britpop meer, maar eerder gladde knuffelsoul die toch allesbehalve plat is. En het komt nog uit 1990 ook. Ach ja, lijstjes....

1. Prefab Sprout - Jesse James Symphony/Bolero (1990)
2. The House of Love - Christine (1988)
3. Squeeze - Tempted (1981)
4. The Housemartins - Flag Day (1986)
5. Lloyd Cole & The Commotions - Rattlesnakes (1984)
6. Aztec Camera - Oblivious (1983)
7. The La's - There She Goes (1990)
8. The Stone Roses - She Bangs the Drums (1989)
9. Pulp - They Suffocate at Night (1986)
10. The Go-Betweens - The Streets of Your Town (1987)

donderdag 6 januari 2011

Recensie: The Cardigans - Gran Turismo

Gran Turismo is typisch zo'n plaat die in menig cd-kast stof staat te vangen. The Cardigans waren immers redelijk bekend in de tweede helft van de jaren negentig. De Zweedse band timmerde in die tijd ook commercieel behoorlijk aan de weg. Singles als Lovefool, Carnival en My Favourite Game haalden zelfs de hitparade. Laatstgenoemd nummer was vooral befaamd om de spraakmakende joyrideclip met zangeres Nina Persson in de hoofdrol. Mocht u hem onverhoopt vergeten zijn, hier komt-ie:


Gran Turismo verkocht mede vanwege deze hit behoorlijk goed, ook in Nederland. Toch lijkt het album inmiddels een beetje in de vergetelheid geraakt. Ook ikzelf ga niet vrijuit, want de cd stond ook hier ergens achterin de kast. Toen ik om volkomen onduidelijke redenen ineens met Explode (wat mij betreft het prijsnummer) in mijn hoofd rondliep, besloot ik de plaat weer eens te luisteren. Het bleek liefde op het tweede gezicht; een echte herontdekking.

Want The Cardigans is veel meer dan een bandje met een mooie zangeres. Nina Persson zingt namelijk nog beter dan ze eruit ziet, en dat wil wat zeggen. Als een soort poolcirkelversie van de befaamde Franse zuchtmeisjes slaat ze zich door deze plaat heen. De kille electropop van de band matcht perfect maar haar even sensuele als nonchalante zang. Een nummer als Explode klinkt tot op het bot cynisch, maar als zij het zingt is het bijna porno. Of wat te denken van Do You Believe?, waarin Nina ons even uit de droom helpt:

Do you really think
That love is gonna save the world
Well, I don't think so
I just don't think so

Niet echt een briljant staaltje dichtkunst verder, maar het laat aan duidelijkheid in elk geval niets te wensen over. Juist vanwege de achteloze presentatie van Persson komen ze met dat soort teksten natuurlijk ruimschoots weg. Gran Turismo klinkt heel direct, maar toch ook erg spannend. Je vraagt je voortdurend af: wat gaat er nog meer achter deze vrouw schuil? In elk geval genoeg om deze plaat na jaren weer eens een herkansing te geven, want stiekem is dit een verborgen parel van de jaren negentig. En mocht u hem niet in de kast hebben staan: de uitverkoopbakken puilen uit van de onterecht miskende exemplaren, dus sla uw slag!